Deze vragen móet je stellen als de term ‘werkplekleren’ voorbijkomt

Noorderlicht. Keuken sausen. Sangria. Appelhof. 

Vraag tien mensen naar hun associatie bij het woord vakantie, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Dat is geen probleem – totdat die mensen met elkáár op vakantie gaan. Dan is het handig om af te stemmen hoe de trip eruit moet zien.

Met werkplekleren is het net zo. Je geeft er samen invulling aan, zodat iedereen op dezelfde trein stapt.

In één van onze GeLeerD-events van afgelopen jaar werd duidelijk dat werkplekleren multi-interpretabel is

We trapten de bijeenkomst af met de vraag Waar denk je aan bij werkplekleren? De antwoorden waren heel divers:

“Informeel leren.”
“Performance support.”
“70-20-10.”
“Leren terwijl je het doet.”

In de woordwolk zie je wat er die middag nog meer voorbijkwam:

“Ho, wacht even”, zeg jij nu, “werkplekleren is toch gewoon leren op het werk?”

Ja, zo simpel lijkt het wel. Maar bedoel je dan het leren op de werkplek, leren gedurende werktijd of het leren tijdens de werkprestaties?

Als je werkplekleren wilt implementeren in je organisatie, moeten de neuzen eerst dezelfde kant op staan. En dat begint met je eigen kijk op werkplekleren: verdiep je in de theorie. 

Ik raakte bijvoorbeeld geïnspireerd door Jo Buuts’ kijk op werkplekleren

In zijn e-book De essentie van werkplekleren zegt hij:

  • Leren op de werkplek verwijst naar de locatie waar de medewerker aan het leren is. Formeel leren kan een onderdeel zijn, bijvoorbeeld een e-learning of een instructievideo. Zolang het maar op de werkvloer gebeurt.
  • Leren tijdens het werken verwijst naar het proces waarin de medewerker leert. Het leren is ondersteunend aan de uitvoering van het werk. 

Buuts doet in het e-book geen uitspraak over wat werkplekleren is. Hij verdiept zich uitsluitend in het perspectief dat je aanneemt.

Gaandeweg zijn e-book realiseerde ik me dat ik een derde perspectief wil toevoegen: leren van het werkproces

Je weet wel: dat je in de koffiepauze nog even napraat over die boze cliënt. Of dat je na een technische storing de machine stilzet om na te gaan wat er nou precies gebeurde.

Mooijman, Rijken & Van Dam (2017) beschrijven reflectie als minimale conditie voor werkplekleren. Reflecteren kan op locatie en tijdens de dagelijkse werkzaamheden, maar ook los daarvan.

Soms is het zelfs veiliger om het uit te stellen tot een moment buiten het werk. Op de Spoedeisende Hulp reflecteer je immers niet in het bijzijn van een hevig bloedende patiënt, maar in een supervisiegesprek.

Supervisie kan dus ook werkplekleren zijn. Afhankelijk van jouw kijk erop.

Het perspectief op werkplekleren bepaalt hoe je het inricht

Dus als jij de vraag krijgt om werkplekleren te organiseren, zeg je niet: “Oké, doe ik!”, maar: “Wat bedoel je met werkplekleren?”

Anders ga je de mist in. Dat gebeurde bij HR-medewerker S., ook aanwezig op het GeLeerD-event. “We zijn begonnen met werkplekleren”, zei ze, “maar…eh… niemand weet echt waar het over gaat.”

Aiii. Zo jammer van alle tijd en geld.

“En hoe kan ik dan doorvragen?”

Hieronder staat een handige lijst.

Sommige vragen lijken misschien veel te concreet voor de zoektocht waar je middenin zit. Mijn advies: blijf doorvragen. Accepteer het ongemak en het niet-weten. De antwoorden vormen straks vanzelf jullie concrete, gezamenlijke kijk op werkplekleren.

  • Wat is werkplekleren, en wat is het níet?
  • Welke concrete ideeën heb je erbij? Geef eens wat voorbeelden?
  • Waarom wil je werkplekleren implementeren?
  • Welke spelers zijn betrokken bij de totstandkoming van deze vraag? Hebben jullie allemaal dezelfde visie op werkplekleren?
  • Welke veranderingen wil je zien ten opzichte van de huidige manier van leren?
  • Wat zijn volgens jou de voordelen van werkplekleren? Wat moet het opleveren?
  • Welke randvoorwaarden stel je aan werkplekleren?
  • Hoe draagt de organisatie de visie op werkplekleren uit? En hoe faciliteert het management de werkvloer?
  • Wat betekent jullie kijk op werkplekleren voor de inkoop van bijvoorbeeld leertechnologie en trainers?

Een groot Gelders ziekenhuis worstelde ook met werkplekleren

“We doen toch allang aan werkplekleren?”, riepen de artsen toen de Projectgroep Werkplekleren de term introduceerde, “we werken met mentoren, dus onze medewerkers leren direct op de werkvloer van hun mentor.”

Ze hadden geen idee dat werkplekleren nog zoveel meer is.

Maar toen de artsen met de projectgroep in gesprek gingen, verbreedde hun perspectief. De projectgroep deelde de ervaringen van andere afdelingen met ze. De artsen vertaalden die naar hun eigen werkvloer. De projectgroep koppelde de resultaten weer terug, zodat verschillende afdelingen elkaars initiatieven eenvoudig konden overnemen.

De projectgroep zorgde voor de uitwisseling tussen alle afdelingen, zodat iedereen van elkaar leerde. En dat past dan weer mooi met een opmerking van Buuts: Een bredere kijk op werkplekleren biedt kansen op échte impact.

Dus

Iedereen interpreteert werkplekleren op een ander manier. Ga met z’n allen om de tafel zitten en geef samen invulling aan de term.

Dankzij dat gesprek kom je tot de essentie en gaat werkplekleren ook echt werken. 

Anders blijft het slechts een opgeklopte term in je opleidingsplan.

En nu?

Je hoeft maar één ding te onthouden:

valt de term werkplekleren?
Stel dan eerst deze vraag: wat bedoel je er precies mee?

Grote kans dat je daarna direct de tweede vraag stelt: zullen we eens even momentje prikken om ervoor te gaan zitten?

Heb dus altijd je agenda paraat – én de vragenlijst. Download ‘m hier als printable.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je las een blog van Flipped, professionals in learning. Leuk dat je hier bent!

Reageer gerust op onze artikelen, we zijn heel benieuwd naar jouw kijk op de zaak.

Wil jij een toekomstbestendige organisatie zijn, worden of blijven? Met medewerkers die met plezier leren? Dan helpen we je graag, met:

Over ons

Dit blog delen met je netwerk? Graag!

north