Re-te-goeie leerdoelen formuleren? Pak de kantoorplant erbij

Ja. Ik snap het best

Je hebt helemaal geen zin in een blog over leerdoelen. Leerdoelen roepen hetzelfde op als een moeder die aan haar puberzoon vraagt of hij zijn gymtas wel bij zich heeft.

Jahaaaaa. Wat eten we vanavond?

Voor de meeste L&D’ers zijn leerdoelen een moetje

Je stort je liever op iets concreters, zoals het storyboard, de werkvormen en het beeldmateriaal. De leerdoelen fiets je er later wel in.

Maar wist je dat een retegoed leerdoel niet alleen de lerende, maar ook de L&D’er stevig op de rails zet? Andermans leerdoelen stimuleren jouw professionaliteit. Kijk maar.

Je kent deze richtlijn wel:

je formuleert een leerdoel met een vervoeging van het werkwoord ‘kunnen’.

Zo dus:

“Na deze activiteit kan de lerende de juiste voedingskeuze maken.”
“Na deze activiteit kan de lerende een patiënt op bed wassen.”

Laten we dit principe eens loslaten op een cursus Stoppen met roken.
Daar kan ik over meepraten, want ik heb in mijn studietijd hartstochtelijk gerookt.

Na deze cursus weet u om welke redenen u rookt. U begrijpt waarom stoppen met roken zo ingewikkeld is. Ook krijgt u de juiste handvatten om weerstand te bieden aan uw verslaving. Met deze kennis en inzichten kunt u definitief stoppen met roken.

Check, check, check: alle kennis en inzichten had ik in huis. Vanaf mijn eerste sigaret kon ik dagelijks definitief stoppen met roken. Toch bleef ik Marlboro’s wegtikken.

Wat is nou het probleem?

Kunnen is het probleem. Het is veel te vrijblijvend. De lerende wordt totaal niet uitgedaagd om ander gedrag te laten zien.

Dus: schrap kunnen.
“Schrappen?!”, riep een docente verschrikt toen onze stagiair voorstelde om ‘de lerende kan’ naar het museum van oudheden te brengen, “waarom zou je het weglaten? Je moet het als lerende toch kunnen?”

Nee. Een lerende moet het doen.
In organisaties gaat het niet over leren, maar over presteren. Je wilt nieuw gedrag zien in de werksituatie. Daarom moet een leerdoel stellig zijn. Een keihard doel.

Dus niet: de medewerker kan draaitabellen en staafdiagrammen maken in Excel.
En wel: de medewerker maakt draaitabellen en staafdiagrammen in Excel.

Niet: de teamleider kan het strategische thema Digitale transformatie naar zijn afdeling vertalen.
Wel: de teamleider vertaalt het strategische thema Digitale transformatie naar zijn afdeling.

Niet: de medewerker kan de minpunten in zijn presentatie benoemen en verbeteren.
Wel: de medewerker benoemt de minpunten in zijn presentatie en verbetert ze.

Het leerdoel is de bodem van de pizza. Daarna komt het beleg

  • In de leerdoelen beschrijf je welk gedrag je terug wilt zien in de werksituatie.
  • Vervolgens bepaal je wat de medewerker nodig heeft om tot dat gedrag in de praktijk te komen. Je onderzoekt, op basis van de leerdoelen, welke onderwerpen aan bod moeten komen. Dat wordt de inhoud.
  • Daarna structureer je de inhoud. Je onderzoekt wat, vanuit het perspectief van de deelnemer, een logische volgorde is om de inhoud aan te bieden. Dat is je ontwerp.
  • Als laatste bepaal je hoe je welke inhoud het best kan aanbieden. Oftewel: welke werkvormen zet je in om de deelnemer op de juiste manier aan het leren te krijgen? Dat is de vorm.

Leerdoelen > inhoud > ontwerp > vorm. Zie daar: de enige goede volgorde van opleidingsontwikkeling. Zonder bodem wordt elke pizza een onsamenhangende bende.

En het mooie is: het doel voor de lerende is ook jouw doel

Je klapt je laptop niet dicht na het ontwikkelen van de leeractiviteit, maar je kijkt meteen verder:

  • Wie ondersteunt de lerende als het niet lekker loopt? Hoe?
  • Wie is verantwoordelijk op welk moment in het leerproces?
  • Wat heeft de lerende nodig op de werkvloer?
  • Hoe zit het met de randvoorwaarden, zoals een nieuw computerprogramma of speciaal gereedschap?
  • Welke obstakels verwacht je in de praktijk?

Kortom, je anticipeert op de situatie ná de leeractiviteit. Jouw invloed reikt veel verder dan de leeroplossing alleen: je laat zien wat je meerwaarde is op alle momenten in het ontwikkelproces.

Stel je voor wat je dan kunt betekenen voor een organisatie.

“Oké: het gaat om doen. En hoe verwerk ik dat in de leerdoelen?”

Met de Kantoorplant-truc. Een gedachtenexperiment.

Sluit je ogen. Beeld je in dat het volgend jaar is. Jij zit verstopt achter de kantoorplant en je observeert de medewerker die jouw leeractiviteit volgde. Ze is aan het werk met alle nieuwe kennis en kunde op zak.

  • Wat doet ze?
  • Met wie werkt ze samen?
  • Welke programma’s of welk gereedschap gebruikt ze?
  • Aan wie vraagt ze hulp als het tegenzit?
  • Wanneer stemt ze af met klanten, cliënten of andere afdelingen?

Zie je het tussen de blaadjes door gebeuren? Dát zijn je leerdoelen.

En nu

Pak je laatst ontwikkelde leeractiviteit erbij en check de leerdoelen. Signaleer je vervoegingen van het werkwoord kunnen? Vervang ze door actie-actie-actie:

de medewerker noemt, schrijft, tekent, somt op, concludeert, wijs aan, lost op, selecteert, demonstreert, construeert, verklaart, ontwerpt –

of zit achter de kantoorplant.

Hoe ik stopte met roken?

Dankzij m’n schoonmoeder. Een stoer wijf tot op hoge leeftijd. Op een zonnige zondagmiddag zei ze: “Meid, ik weet dat je zonder kan.” En ik wist: ze heeft gelijk.

Maar het bleef niet bij haar opmerking.

“Ben je nog steeds gestopt?”, vroeg ze telkens als ik haar aan de lijn had. En als ze dacht dat ik de moed opgaf, belde ze me wat vaker. Ook maakte ze heel gezonde gerechten, zoals stoofpeertjes en stamppot raapsteeltjes. “Veel beter voor je dan die sigaretten.”

Je snapt ‘m al: zij gaf zichzelf een rol in mijn proces. Dus denk maar aan mijn schoonmoeder als je een nieuwe leeractiviteit ontwikkelt.  

Anna Wolthaus

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Je las een blog van Flipped, professionals in learning. Leuk dat je hier bent!

Reageer gerust op onze artikelen, we zijn heel benieuwd naar jouw kijk op de zaak.

Wil jij een toekomstbestendige organisatie zijn, worden of blijven? Met medewerkers die met plezier leren? Dan helpen we je graag, met:

Over ons

Dit blog delen met je netwerk? Graag!

north