Blog

In 4 stappen naar een breinvriendelijke werkvloer


Op de werkvloer heb je te maken met verschillende breinen. Van iemand met dyslexie tot hoogsensitiviteit. Het betekent dat breinen en zenuwstelsels verschillend werken en dat ieder brein unieke sterke kanten en uitdagingen heeft. Hoe ga je daar als organisatie mee om? Want Agnes luistert het liefst vol gas het Foute Uur van Qmusic en Eric houdt van rust en stilte. In dit blog delen we een aanpak in 4 stappen, zodat iedereen kan floreren op de werkvloer.

Schepers maakt in haar boek ‘Als alle breinen werken’ een treffende vergelijking: neurodiversiteit is een vorm van biodiversiteit.

“Een tulp is geen mislukte roos, maar een eigen bloem met eigen kenmerken. Hetzelfde geldt voor neurodiversiteit in breinen: de verschillende neurotypen zorgen voor een variatie aan kwaliteiten.”

In de literatuur onderscheidt men gangbare breinen (neurotypisch) en minder gangbare breinen (neurodivers).

Bij neurodivers kan je denken aan:

  • AD(H)D
  • Dyslexie
  • Hoogbegaafdheid
  • Hoogsensitiviteit
  • Niet aangeboren hersenletsel

Neurodiverse breinen excelleren op bepaalde vlakken. Generaliserend gesteld hebben mensen met hoogsensitiviteit een hoge mate van empathie, mensen met ADHD een hyperfocus als ze in een flow zitten en zijn er meerdere neurotypen die complexiteit en problematiek snel overzien en doorzien. Maar, dan schrijven we weer in labels.

Of je nu een neurodivers of neurotypisch brein hebt, in je werk zijn er omstandigheden die zorgen dat je als een vrolijk vogeltje aan het werk kunt. En vice versa. Als leidinggevende kan je jezelf daarom de vraag stellen:  

“Hoe neem ik obstakels weg en richt ik voor iedereen de juiste werkomgeving in?”

Een aanpak in 4 stappen:

  1. Individuele behoeften helder krijgen
  2. Behoeften bespreken met de medewerker
  3. Obstakels wegnemen
  4. Bespreken met het team


Het initiatief voor het doorlopen van de stappen kan van twee kanten komen. Ben je leidinggevende? Dan kan je dit met al je teamleden doorlopen. Ben je medewerker? Dan kan je ook het initiatief nemen om je behoeften te bespreken met je collega’s en leidinggevende. Voor de leesbaarheid schrijven we hier de leidinggevende aan.

1. Individuele behoeften helder krijgen

Wat heeft jouw medewerker nodig om te floreren? Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk dat de medewerker zijn eigen behoeften goed leert kennen.

Dat kan met de volgende opdracht: Pak pen en papier, neem een half uur de tijd, fantaseer over je ideale werkdag en schrijf zoveel mogelijk op.

Als je je ideale werkdag in gedachten neemt: hoe ziet die er dan uit?

  • Waar ben je?
  • Welke werkzaamheden verricht je?
  • Hoe laat begin je?
  • Hoe deel je je dag in?
  • Hoe verdeel je individueel werk, overleggen en 1-op-1-gesprekken?
  • Wie zijn er in de buurt?
  • Heb je muziek aan?
  • Hoe is de ruimte ingedeeld?
  • Zit of sta je?

2. Behoeften bespreken met de medewerker

In het boek “Als alle breinen werken” beschrijft Schepers vijf factoren die zorgen voor vitale en duurzame inzetbaarheid voor alle breinen. Dit zijn:

  • De mate van prikkels
  • De mate van sturing
  • De mate van samenwerking
  • De mate van structuur
  • Het werkritme

Je medewerker heeft bij stap 1 zijn of haar eigen behoeften in kaart gebracht. Bespreek nu met je medewerker wat die behoeften zijn. En bij welke mate van prikkels, sturing, samenwerking en structuur hij of zij het beste gedijt.

“Uiteindelijk is openheid over ieders brein en ruimte voor ieders behoeften de sleutel voor een breinvriendelijke werkvloer” (Schepers).

Dit zijn vragen die je kan stellen:

  • Hoe zien we aan jou dat iets je te veel wordt?
  • Hoe werkt communicatie het prettigst voor jou?
  • Hoe werken we lang en gelukkig samen?
  • Hoe zou jij de werkomgeving aanpassen, als alles mogelijk is?

3. Obstakels wegnemen

Tuurlijk. Niet alles is mogelijk. Als jouw medewerker het liefste 4 uur per dag werkt, vanuit een hangmat in Bali met een Arak Attack in de hand, dan wordt het lastig om samen te werken in een team. Maar er is veel mogelijk, focus dus vooral op de dingen die wél kunnen.  

Een voorbeeld: Emma heeft dyslexie en moest regelmatig rapportages in Word aanleveren. Ze besteedde veel tijd aan spelling en klierde continu met de opmaak van het document, waardoor deadlines stressvol werden. Ze ging met haar leidinggevende in gesprek en vroeg:

  • Mag ik op kosten van de werkgever spraak-naar-tekstsoftware aanschaffen?
  • Mag ik me focussen op de inhoud? En wil iemand anders dan voor mij een spellingcontrole doen?

Zie je? Ook met eenvoudige aanpassingen en werkafspraken kan je elkaar helpen.

4. Bespreken met het team

Het is belangrijk om ook van elkaar te weten wat ieders behoefte is. Zo kan je er rekening mee houden en begrip hebben voor de keuze van een collega. Eric bijvoorbeeld, die het liefst op een afgesloten, stille werkplek zit. Met zijn noice-canceling-koptelefoon en een pet op. Als hij op die manier floreert, dan is dat prima. Gun elkaar de ruimte.

Tot slot…

In dit blog gingen we er, onder andere voor de leesbaarheid, vanuit dat het initiatief bij de leidinggevende lag. Maar dat hoeft niet. Als medewerker kan je ook het initiatief pakken om je werkplek beter aan te laten sluiten bij je behoeften. Over werkplekken gesproken: waar let je op als je werkt bij een opdrachtgever?  

Bron: Als alle breinen werken, Saskia Schepers.

Wil je mijn brein mee laten denken?

Laat het me weten: judith@flipped.nl


Je las een blog van Judith Rook. Leuk dat je hier bent!

Op deze profielfoto zie je Flippo Judith Rook. Zij is Co-Owner van Flipped en Learning Professional bij Flipped.

Flipped e-book

Zinnige leeractiviteiten ontwikkelen?

Breng éérst je bestaande leeractiviteiten in kaart, met ons driestappenplan.

Download e-book